Toezicht op archeologische opgravingen

De Erfgoedinspectie houdt toezicht op de naleving van de ‘Monumentenwet 1988’ bij archeologische opgravingen, en bij de omgang met vondsten en wettelijk beschermde archeologische monumenten. In ons toezicht sluiten we aan op de uitvoering van de kwaliteitssystematiek van de beroepsgroep.

Archeologische opgravingen

Medio 2016 treedt de nieuwe Erfgoedwet in werking. Dat is het moment dat de opgravingsvergunning wordt vervangen door een wettelijk verplichte certificering. De archeologische beroepsgroep werkt zelf aan de inhoudelijke voltooiing van het certificatiestelsel. De ervaringen die de Erfgoedinspectie in de laatste tien jaar opdeed worden hierbij benut.

De inspecteurs bij de sector Archeologie volgen de ontwikkelingen nauwgezet. Door de certificering verandert immers ook de toezichthoudende rol van de inspectie. Er komt een overgangsfase waarin een deel van het archeologisch onderzoek onder het oude regime van de Monumentenwet 1988 valt. In de overgangsfase krijgt onze nieuwe toezichtsrol geleidelijk vorm.

Toezicht op archeologische opgravingen

De inspectie inspecteert jaarlijks de veldwerkactiviteiten van opgravingsbedrijven met een vergunning.

In 2015 waren dat:

25 veldinspecties, waarvan 5 inspecties bij gemeenten en een universiteit.
In 3 gevallen was de inspectie zonder resultaat, omdat het veldwerk onverwacht eerder was beëindigd of uitgesteld.

Toezicht op archeologische opgravingen
provincieInspecties
Groningen1 inspectie
Friesland1 inspectie
Drenthe0 inspecties
Overijssel2 inspecties
Flevoland0 inspecties
Gelderland2 inspecties
Utrecht4 inspecties
Noord-Holland4 inspecties
Zuid-Holland4 inspecties
Zeeland0 inspecties
Noord-Brabant2 inspecties
Limburg2 inspecties
Brontabel als csv (383 bytes)

Inspecties stemmen tot tevredenheid

Net als in 2013 en 2014 stemmen de inspecties tot tevredenheid. Bij 8 inspecties zagen we geen aanleiding om aanbevelingen te doen voor verbetering van de werkwijze.

En ook in 2015 waren weer veel senior-archeologen aanwezig in het veld. Bij een derde van de geïnspecteerde veldonderzoeken stonden 3 of meer senioren in het veld. Bij 2 projecten waren dat er zelfs 6.

Meer aandacht nodig voor kwaliteitszorg

Er zijn ook nog verbeterpunten zichtbaar. Zo maakt 25% van de vergunninghouders nog steeds geen dagelijkse back-up van digitale opgravingsdocumentatie. Bovendien lijkt de aandacht voor het kwaliteitszorgsysteem verslapt: leidinggevenden zijn zich niet altijd bewust van alle elementen van kwaliteitszorg die er binnen hun bedrijf bestaan. Het kwaliteitszorgsysteem wordt veelal gezien als een statisch in plaats van dynamisch onderdeel van de bedrijfsvoering en werkzaamheden.
Hier zou meer aandacht voor moeten zijn.

Consequenties van de mogelijke komst van het beroepsregister zijn niet altijd bekend.

Onbekendheid met gevolgen beroepsregister

Archeologen weten wel dat er een stelsel met certificaten komt, maar wachten over het algemeen af wat dit voor hen zal betekenen. Ze gaan ervan uit dat het bedrijfsmanagement de aanpassingen realiseert.

Ook de consequenties van de mogelijke komst van het beroepsregister zijn niet altijd bekend. Bedrijven hebben over het algemeen wel tijd en middelen gereserveerd voor de beroepsmatige ontwikkeling van medewerkers, maar die worden vaak niet ingezet. Dat is ernstig, want de concept beoordelingsrichtlijn verplicht archeologen hun vakbekwaamheid te onderhouden.

Archeologische depots

In 2015 deed de inspectie 10 onderzoeken naar de provinciale depots voor archeologische vondsten en de opgravingsdocumentatie die daarbij hoort. Alle depots zijn bezocht en de depotbeheerders geïnterviewd. De Erfgoedinspectie lette vooral op het behoud en de toegankelijkheid: de twee graadmeters voor een verantwoorde opslag van archeologische vondsten en documentatie.

Het overkoepelend rapport en presentatie volgen in 2016. 

Erfgoedinspectie investeert samen met de RCE in overleg en voorlichting aan metaaldetectieliefhebbers.

Metaaldetectie in het Erfgoedbesluit

De Erfgoedwet is al aangenomen, maar het ‘Besluit Erfgoedwet archeologie’ is nog in ontwikkeling. Vooruitlopend op deze ontwikkelingen komen er drie uitzonderingen op het opgravingsverbod:
 

  • bij universiteiten en hogescholen,
  • bij verenigingen voor amateurarcheologen,
  • en voor metaaldetectie (een vorm van opgraven).

De precieze invulling hiervan ligt nog niet vast. Zo liet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap tijdens de behandeling van de Erfgoedwet in de Eerste Kamer in december 2015 al weten dat ze met de AWN, vereniging van vrijwilligers in de archeologie, in overleg gaat over de mogelijkheden tot metaaldetectie door amateurs en hobbyisten.

De Erfgoedinspectie investeert in overleg en voorlichting aan metaaldetectieliefhebbers. We doen dat met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De procedure om vondsten te melden is eenvoudiger geworden, en we geven een heldere toelichting over het doel van deze werkwijze. Zo houden we beter zicht op bijzondere vondsten, waarmee we voorkomen dat ze ongezien de handel in verdwijnen.

Tegengaan illegale archeologische activiteiten

Opgraven zonder vergunning (of vanaf 2016 zonder certificaat) is in de meeste gevallen verboden. Het is schadelijk voor het behoud van het archeologisch erfgoed. De zichtbaarheid en toegankelijkheid van ons gezamenlijk archeologische erfgoed zijn in het geding als archeologische vondsten van algemeen belang in de handel of in privéverzamelingen verdwijnen. Bovendien is het wetenschappelijk onderzoek erbij gebaat dat informatie over archeologische vondsten bekend is en blijvend gedocumenteerd wordt.

De Erfgoedinspectie denkt en werkt mee aan de ontwikkeling van handhavingsmechanismen om illegale archeologische activiteiten te verminderen.

In 2015 heeft de inspectie samen met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) het Handhavingsplan cultureel erfgoed Noordzee en Waddenzee opgesteld. Dit wordt in 2016 voorgelegd aan het Openbaar Ministerie. Samen met de  ketenpartners Douane, Rijkswaterstaat en Politie zal de Erfgoedinspectie dan toegerust zijn voor de vernieuwde wetgeving in de Erfgoedwet. Het maritieme erfgoed (vooral scheepswrakken) is daarmee beter beschermd dan nu.

Bescherming van archeologie te lande vergt een andere aanpak dan die te water. De aard en omvang van de problematiek rond illegale opgravingen en illegale handel moeten nog beter in kaart gebracht worden. Daarom is in 2015 het registratiesysteem DICE (Database Incidenten Cultureel Erfgoed) in gebruik genomen.

DICE wordt beheerd door de RCE. Sinds december 2015 kunnen hierin archeologische incidenten (overtredingen en misdrijven) ingevoerd worden. Medewerkers van de RCE zetten de incidenten vanuit DICE door naar de inspecteurs van de Erfgoedinspectie. Gemeenten kunnen overigens met hun aangiftes van archeologische incidenten ook terecht bij de Erfgoedinspectie. De buitengewoon opsporingsambtenaren van de Erfgoedinspectie kunnen dan een opsporingsonderzoek opstarten.

Tot slot zijn dit jaar de mogelijkheden voor strafrechtelijke handhaving in de vorm van pilots met gemeenten verkend. Dit project wordt vervolgd.