Inleiding

Vanaf 1 juli 2016 houdt de Erfgoedinspectie toezicht op de naleving van de Erfgoedwet. Deze vervangt het toezicht op basis van ondermeer de ‘Monumentenwet 1988’ en de ‘Wet tot behoud van Cultuurbezit’.

Archeologie

In 2015 en 2016 zijn er 66 veldinspecties uitgevoerd waarvan 13 keer bij een gemeente of universiteit en 53 keer bij een opgravingsbedrijf. Er vond ter gelegenheid van de presentatie van het rapport ‘Graven in depots’ een symposium plaats en er zijn twee pilots gehouden bij professionele organisaties voor monumentenbehoud.

Toegankelijkheid provinciale archeologische depots

In 2015 heeft de Erfgoedinspectie alle tien provinciale depots voor archeologische vondsten en opgravingsdocumentatie geïnspecteerd. Er is vooral gelet op het behoud en de toegankelijkheid: de twee graadmeters voor een verantwoorde opslag van archeologische vondsten en documentatie. De depots zijn bezocht en de depotbeheerders geïnterviewd. Gedeputeerde Staten en depothouders hebben een individueel inspectierapport met aanbevelingen ontvangen en tevens is in 2016 het overkoepelende rapport 'Graven in depots' uitgebracht. Vergeleken met de vorige inspectieronde in 2005 zijn de bewaarcondities over de hele linie verbeterd. Ook bieden de depots steeds meer mogelijkheden om onderzoek te doen, en worden stappen gezet om de collectie voor het publiek te ontsluiten. Tegelijkertijd zijn depots ingehaald door de snelle ontwikkelingen in de digitalisering van het opgravingsproces. De digitaal verzamelde data worden door de depots wel opgeslagen, maar kunnen niet altijd worden gecontroleerd en bestudeerd. De benodigde software ontbreekt of is achterhaald. De Erfgoedinspectie beveelt aan dat de provincies, bij voorkeur gezamenlijk, een plan ontwikkelen om dit probleem op te lossen. Daarvoor kan aansluiting worden gezocht bij een e-depot. Andere aandachtspunten zijn de langdurige opslag van monsters, de klimaatcontroles in depotruimtes en de monitoring van het behoud van kwetsbare en geconserveerde vondsten. Ter afsluiting van het depotonderzoek is een symposium georganiseerd, dat goed werd bezocht door betrokkenen bij provinciale en ook gemeentelijke archeologische depots. Als vervolg op dit onderzoek, start de inspectie in 2017 in afstemming met de provincies, een verkenning naar gemeentelijke depots, waar bijna twee derde van alle vondsten opgeslagen liggen.

De Erfgoedwet en het toezicht op de certificering archeologie

Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht geworden. De van rijkswege verstrekte vergunningen voor archeologische opgravingen verdwijnen na een overgangsperiode per 1 juli 2017 definitief van het toneel. Daarvoor in de plaats komt nu het wettelijk verplichte opgravingscertificaat. Het toezicht van de Erfgoedinspectie verandert hierdoor. De afgelopen twee jaar heeft de Erfgoedinspectie zich voorbereid op het nieuwe toezicht op het stelsel. Het toezicht wordt verlegd van vergunninghouders naar het certificatiestelsel en de certificerende instellingen. Het directe toezicht op de certificaathouders wordt beperkt tot de naleving van de wettelijke verplichtingen op het doen van meldingen, de rapportage van het onderzoek en de overdracht van vondsten en documentatie. Organisaties of particulieren, zoals universiteiten of verenigingen voor amateurarcheologie, die uitgezonderd zijn van de certificatieplicht blijven onverkort onder het toezicht van de Erfgoedinspectie vallen. Om te beoordelen of zij aan de verplichtingen van de Erfgoedwet en het Besluit Erfgoedwet archeologie voldoen, wordt vanaf 1 juli 2017 met nieuwe toetsingskaders gewerkt.

Erfgoedinspectie investeerde in samenwerking met kustwacht

Tegengaan van illegale opgravingen

Met de inwerkingtreding van het Besluit Erfgoedwet archeologie (2016) is geregeld dat het opgraven met behulp van een metaaldetector nu is toegestaan. Voorwaarde is dat het opgraven niet dieper gaat dan 30 centimeter en niet wordt uitgevoerd op aangewezen monumenten, op lopende opgravingen of op terreinen waarvoor de gemeente een metaaldetectorverbod heeft ingesteld. Vondsten die bij zulke opgravingen gedaan worden, moeten wel gemeld worden. De Erfgoedinspectie heeft geïnvesteerd in de contacten met de metaaldetectoramateurs om tot een betere uitwisseling van elkaars inzichten en belangen te komen. De zichtbaarheid en toegankelijkheid van ons gezamenlijk archeologisch erfgoed zijn in het geding als archeologische vondsten van algemeen belang in de handel of in privéverzamelingen verdwijnen. Bovendien is het wetenschappelijke onderzoek erbij gebaat dat informatie over archeologische vondsten bekend is, en blijvend gedocumenteerd wordt. Eén van de manieren om dit te bewerkstelligen is de bestrijding van illegale opgravingen.

In 2016 is het ‘Handhavingsplan cultureel erfgoed Noordzee en Waddenzee’ vastgesteld. Dit handhavingsplan beschrijft de procedures voor het toezicht op het maritieme erfgoed. Het plan is in nauw overleg met het Openbaar Ministerie tot stand gekomen. De samenwerking met de Kustwacht en de kustwachtpartners is verstevigd. De Erfgoedinspectie is nu voorbereid op incidenten op zee.
Eind 2015 zijn de mogelijkheden van het meldsysteem ‘DICE’, dat voor museale collecties en voor archeologische monumenten wordt gebruikt, uitgebreid voor toepassing op alle archeologische vindplaatsen, waardoor de Erfgoedinspectie sneller op kan treden bij misstanden op het land. Gemeentelijke archeologen kunnen nu incidenten melden in DICE, zodat deze direct bij de buitengewoon opsporingsambtenaren van de Erfgoedinspectie bekend worden.

Kwaliteitsborging archeologisch onderzoek

In de periode 2015-2016 zijn 66 veldinspecties uitgevoerd bij verschillende vergunninghouders. Dit was 13 keer bij een gemeente of universiteit en 53 keer bij een opgravingsbedrijf. Bij 22 inspecties kon worden volstaan met een inspectierapport zonder aanbevelingen. Het viel daarbij wel op dat er bij onaangekondigde inspecties vaker aanleiding is tot het doen van aanbevelingen dan bij aangekondigde. Dit geldt vooral voor het uitvoeren en vastleggen van controles.
De kennis van het programma van eisen is over het algemeen goed. De opsteller van het programma van eisen geeft vaak zelf leiding aan de veldwerkzaamheden. Er staan nog steeds veel senior KNA-archeologen in het veld, hoewel er in 2016 een daling is te zien ten opzichte van 2015. Toen stonden bij een derde van de geïnspecteerde veldonderzoeken 3 of meer senioren in het veld, in 2016 was dat bij een vijfde het geval. Nog steeds wordt niet bij alle onderzoeken dagelijks een back-up gemaakt, maar het aantal groeit gestaag, het percentage ligt op ruim 80% (2016). Het belang hiervan wordt waarschijnlijk ook meer onderkend nu een steeds groter deel van de documentatie alleen nog digitaal vervaardigd wordt. Op een aantal geïnspecteerde opgravingen was vrijwel alles digitaal, inclusief de zogenaamde coupetekeningen van sporen, die meestal nog analoog gemaakt worden. Het kwaliteitszorgsysteem wordt veelal gezien als een statisch in plaats van een dynamisch onderdeel van de bedrijfsvoering en de werkzaamheden. Er lijkt onder archeologen in het veld doorgaans niet veel aandacht voor te zijn. Dat geldt ook voor de certificering. Dat die eraan komt is duidelijk maar het blijft kennelijk een zaak van het bedrijfsmanagement. Wel zijn de meeste archeologen van het beroepsregister op de hoogte. Bij veel opgravingsbedrijven heeft al het personeel het curriculum vitae de afgelopen maanden moeten bijwerken in verband met de toets voor het register. 

Professionele organisaties voor monumentenbehoud 

Op verzoek van de minister van OCW gaat de Erfgoedinspectie erop toezien dat professionele organisaties voor monumentenbehoud (POM) voldoen aan de Subsidieregeling instandhouding monumenten en dan specifiek de criteria in de artikelen 30-32 en 35. Tot nu toe zijn er door de minister 17 organisaties aangewezen als POM. In 2016 zijn er gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de POM’s en zijn er twee pilots uitgevoerd. Vanaf 2017 krijgt het toezicht zijn beslag.

De rijkscollectie en de nationaal beschermde goederen

Door de inwerkingtreding van de Erfgoedwet vallen 7 museale instellingen onder het toezicht van de Erfgoedinspectie, naast de bestaande instellingen. Totaal zijn het nu 36 instellingen. In 2016 vonden 77 controles op wettelijke beschermde cultuurgoederen en verzamelingen plaats en 2 inspecties bij museale beheerders. De minister van OCW ontving het rapport ‘Zicht op de rijkscollectie’.

Zicht op de rijkscollectie

Het beheer van de rijkscollectie in het algemeen als voldoende aangemerkt. Op onderdelen is het beheer van de rijkscollectie voor verbetering vatbaar. Dit is de conclusie in het rapport 'Zicht op de rijkscollectie', dat de minister van OCW aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. De inspecties bij de 29 museale beheerders hebben ook aangetoond dat er verbeteringen nodig zijn om het risico op vermissingen, conditieverlies en schade tegen te gaan. Zo zijn bij een aantal musea onvolkomenheden vastgesteld in de collectieregistratie, schieten bewaaromstandigheden soms tekort en ontbreekt bij meerdere musea een actuele analyse van veiligheidsrisico’s voor de collectie. De minister van OCW stelt in de beleidsreactie op het rapport dat de Erfgoedwet een aantal knelpunten wegneemt omdat de structurele (financiële) voorwaarden zijn verbeterd. De minister vermeldt verder dat de individuele musea ook moeten zorgdragen voor verbeteringen in het collectiebeheer. De Erfgoedinspectie ziet er in de periode 2017-2018 op toe dat musea de verbeteringen realiseren.

Nieuwe inspecties van 7 museale beheerders

In 2016 is de Erfgoedinspectie gestart met het inspecteren van Keramiek Museum Princessehof in Leeuwarden en het Teylers Museum in Haarlem. Zij zijn twee van de zeven museale instellingen die voor het eerst onder het toezicht van de Erfgoedinspectie vallen. Deze instellingen zijn op grond van de Erfgoedwet belast met het beheer van een museale collectie en ontvangen hiervoor subsidie van het ministerie van OCW. De inspecties zijn een nulmeting en worden in 2017 afgerond. Iedere beheerder ontvangt een inspectierapport met bevindingen en aanbevelingen. De rapporten worden gepubliceerd op www.erfgoedinspectie.nl

Inspecties beschermde cultuurgoederen

Uit de periodieke inspecties op de verblijfplaats van wettelijk beschermde cultuurgoederen zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen. In de periode 2015-2016 heeft de Erfgoedinspectie 77 inspecties uitgevoerd. De beschermde objecten en verzamelingen werden daarbij aangetroffen op de geregistreerde verblijfplaats. Dit positieve resultaat is ook een gevolg van de voorlichting die de Erfgoedinspectie aan de eigenaren en beheerders geeft over de rechten en plichten van de wettelijke bescherming.

Beschermde verzamelingen

Bij zeven grotere verzamelingen is de bescherming op grond van de Erfgoedwet verbeterd. Dit betreft onder andere enkele historische bibliotheken met vele duizenden manuscripten en gedrukte boeken. De exacte samenstelling van deze verzamelingen was niet vastgelegd in het aanwijzingsbesluit. Het ontbrak aan een nauwkeurige registratie en documentatie van de verzamelingen bij de eigenaren. De Erfgoedinspectie heeft in 2016 vastgesteld dat de eigenaren inmiddels beschikken over toereikende registraties van de verzamelingen. In 2017 ontvangen de betreffende eigenaren een aanvullend aanwijzingsbesluit van de Minister van OCW waarmee de wettelijke bescherming beter is geborgd.

Stempels Douane
Monumentaal pand aan het Bergkwartier in Deventer