De Erfgoedinspectie werkt onder verantwoordelijkheid van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en houdt toezicht op de naleving van de Archiefwet en de Erfgoedwet, inclusief internationale regelingen aangaande cultuurgoederen (zie hieronder voor de volledige lijst wet- en regelgeving). De Erfgoedwet is 1 juli 2016 in werking getreden. Voor het toezicht op de archeologische opgravingen is in de periode 2017-2018 sprake van een overgangsfase, waarin deels de oude regelgeving van de Monumentenwet 1988 nog van kracht is.

De Erfgoedinspectie ziet toe op de naleving van de volgende wet- en regelgeving:

  • de Archiefwet 1995 (Archiefbesluit 1995; Archiefregeling);
  • de Archiefwet BES;
  • de Erfgoedwet (Besluit Erfgoedwet archeologie; Regeling Erfgoedwet archeologie; Regeling beheer rijkscollectie en subsidiëring museale instellingen);
  • de Sanctieregeling Irak 2004 II en Sanctieregeling Syrië 2 012;
  • Richtlijn 2014/60/EU van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 uit, betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht;
  • Verordening (EG) nr. 116/2009 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen.

In de Erfgoedwet die per 1 juli 2016 in werking is getreden, is de volgende wet- en regelgeving opgegaan:

  • Monumentenwet 1988;
  • Wet tot behoud van cultuurbezit (1984)Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten en de daarop gebaseerde Beheersovereenkomsten;
  • Regeling materieelbeheer museale voorwerpen 2013;
  • Wet tot teruggave cultuurgoederen afkomstig uit bezet gebied (2007);
  • Uitvoeringswet UNESCO-verdrag 1970 (2009).

Missie

Met alert en proportioneel toezicht brengt de Erfgoedinspectie het behoud (en beheer) van cultureel erfgoed en overheidsinformatie naar het gewenste kwaliteitsniveau met het oog op de duurzame toegankelijkheid en beschikbaarheid. 

Visie

De inspectie vindt dat een goed functionerende interne systematische kwaliteitszorg bijdraagt aan een betere naleving van wet- en regelgeving. Zij ziet daar een eigen verantwoordelijkheid voor organisaties en stimuleert een systematische kwaliteitszorg bij de organisaties. In haar optreden is de inspectie zacht waar het kan en hard waar het moet en treedt zij zo nodig op.