Foto Hans Roggen

Op basis van de Erfgoedwet houdt de Inspectie toezicht op:

  1. het archeologiebestel en de omgang met vondsten en bijbehorende documentatie, archeologische rijksmonumenten en vindplaatsen;
  2. het behoud, het beheer en de zichtbaarheid van de rijkscollectie, andere collecties gesubsidieerd door het ministerie van OCW en de nationaal beschermde cultuurgoederen en verzamelingen;
  3. de professionele organisaties voor monumentenbehoud (POM’s) en hun rol in het stelsel van de monumentenzorg.

Archeologie

Kwaliteit van archeologisch onderzoek

Twee jaar na de invoering van het stelsel van certificering zijn aan 55 organisaties een of meerdere certificaten uitgereikt. Deze zijn inmiddels allemaal definitief. 48 hiervan mogen gravend onderzoek verrichten. Ondanks enkele nieuwkomers is het aantal partijen op de archeologische graafmarkt met de komst van het nieuwe stelsel met circa 20% gekrompen.

Op het moment van de invoering van de Erfgoedwet waren er vijf certificerende instellingen die archeologische organisaties konden certificeren. Eén instelling heeft afgelopen jaar haar werkzaamheden beëindigd. De door deze instelling gecertificeerde bedrijven zijn inmiddels allen overgestapt naar andere certificeerders.

Slechts 0,25% van de meldingen voor gravend onderzoek afkomstig van vereniging voor amateurarcheologie

Universiteiten, hogescholen en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed nemen samen minder dan 1% van het archeologische graafwerk op zich. In 2017 en 2018 hebben bedrijven 83% van het aantal in Archis gemelde graafonderzoeken (exclusief begeleidingen) op zich genomen en gemeenten 16%. Ook verenigingen voor amateurarcheologie, die sinds juli 2016 zonder certificaat graafwerkzaamheden mogen verrichten, vertonen zich vooralsnog niet in het veld. Van alle Archis-onderzoeksmeldingen voor gravend onderzoek is slechts 0,25% afkomstig van een vereniging voor amateurarcheologie. Dat is opmerkelijk. Een van de doelstellingen van de Erfgoedwet was juist om vrijwilligers de mogelijkheid te bieden onder voorwaarden zelfstandig archeologisch onderzoek te doen.

De Inspectie streeft er naar alle projecten van partijen die zonder certificaat werken te bezoeken. Over de werkwijze en kwaliteit van archeologisch onderzoek bij de van het certificaat uitgezonderde partijen kunnen we echter, gezien het kleine aantal onderzoeken in 2017 en 2018, vooralsnog geen uitspraken doen. De ‘reality checks’ bij certificaathouders zijn in 2018 gestart en worden de komende twee jaar voortgezet. Daarmee gaan inspecteurs in het veld na of het stelsel van certificering geleid heeft tot veranderingen in de uitvoering van de werkzaamheden, en tot een groter bewustzijn van kwaliteitszorg. De constateringen worden afgezet tegen de bevindingen tijdens veldinspecties in de periode voorafgaand aan de certificering.

Duurzame bewaar- en ontsluitings-functie van archeologische depots

Archeologische vondsten worden opgeslagen in provinciale depots, maar een gemeente kan er voor kiezen om – met toestemming van de provincie – zelf een archeologisch depot te houden. 27 gemeenten in Nederland hebben zo’n depot. Deze depots heeft de Inspectie in 2017 en 2018 bezocht. 

De praktijk is dat gemeentelijke depots het archeologisch erfgoed bij een breed publiek onder de aandacht brengen. De bezoekersaantallen en de inzet van vrijwilligers zijn indrukwekkend. Ook is het behoud en het leesbaar houden van digitale documentatie goed geregeld. Minder goed toegerust zijn gemeentelijke depots voor het behoud en de ontsluiting van vondstmaterialen en analoge documentatie. Goede klimaatcondities ontbreken vaak en de conditie van de vondstcomplexen wordt weinig gemonitord. De ontsluiting van vondstmaterialen en analoge opgravingsdocumentatie laat dikwijls te wensen over door het ontbreken van adequate collectiebeheersystemen.

In het themarapport ‘Verder graven in depots' heeft de Inspectie geadviseerd dat gemeenten onderling ervaringen uitwisselen, ook met provinciale depotbeheerders. Het is wenselijk dat gemeentelijke depots zich aansluiten bij het landelijk Depot Beheer Systeem (DBS). Op termijn kan dit ertoe leiden dat vrijwel de gehele Nederlandse archeologische collectie via één portaal beschikbaar is voor onderzoekers en belangstellenden. Bovendien is de digitale duurzaam¬heid van data op deze wijze ook gewaarborgd door de plaatsing in DANS. Daarmee wordt recht gedaan aan de uitgangspunten van de Nationale Strategie Digitaal Erfgoed. In het rapport ‘Verder graven in depots. Behoud en toegankelijkheid in gemeentelijke archeologische depots’ wordt uitgebreid verslag gedaan. De Inspectie blijft de ontwikkelingen bij zowel de provinciale als de gemeentelijke depots monitoren door middel van de Inspectiemonitor.

Illegale opgravingen en meldingsplicht toevalsvondsten

In de Erfgoedwet is metaaldetectie (tot een diepte van 30 cm) gelegaliseerd. Dit heeft tot nu toe niet geleid tot een verhoging van het aantal meldingen van archeologische vondsten, wat juist beoogd werd met de wetswijziging. Uit een eerste inventarisatie blijkt dat het aantal meldingen van metaalvondsten de afgelopen twee jaar zelfs is teruggelopen.
Op initiatief van het ‘PAN-project’ (Portable Antiquities of the Netherlands) is er een brochure over metaaldetectie gemaakt, die ruim verspreid zal worden onder amateurverenigingen en verkooppunten van metaaldetectoren. De Inspectie heeft hier haar medewerking aan verleend en steunt dergelijke initiatieven. Ook de komende tijd blijft de Inspectie inzetten op inzicht in de ontwikkelingen rond metaaldetectie.

Archeologische rijksmonumenten

Vanwege de Omgevingswet gaat de vergunningverlening voor archeologische rijksmonumenten van het Rijk naar de gemeenten. Het accent van het onderzoek naar de archeologische rijksmonumenten is in de afgelopen periode dan ook veranderd. De Inspectie heeft geïnventariseerd of gemeenten voorbereid zijn op het overnemen van de verlening van de archeologische monumentenvergunning. Ruim een derde van de gemeenten is niet voldoende toegerust op de komende wetswijziging: noch voor inhoudelijke werkzaamheden, noch voor wat betreft capaciteit.

Ook bestaat de indruk dat het verleggen van de vergunningverlening van Rijk naar gemeente de instandhouding van de rijksmonumenten kwetsbaarder maakt. Gemeenten hebben het uitgangspunt van in situ-behoud van rijksmonumenten minder goed op het netvlies. Twee derde van de geïnterviewde gemeenten gaf aan bij de vergunningverlening voor rijksmonumenten hetzelfde afwegingskader te zullen hanteren als bij de vergunningverlening voor onbeschermde vindplaatsen. Bovendien ervaren zij bij het in situ-behoud van vindplaatsen in het algemeen veel druk van lokale economische en politieke belangen.

Gemeenten hebben behoefte aan voorlichting over de nieuwe Omgevingswet

Er bestaat onduidelijkheid over de verschillende onderdelen van de wetswijziging (zoals het onderscheid tussen enkelvoudige en meervoudige aanvragen en de vergunningverlenings-termijnen).Ten slotte valt op dat archeologische rijksmonumenten op bestemmingsplannen niet eenduidig weergegeven worden. De meningen en inzichten hierover lopen uiteen. Daarom is er in sommige gemeenten onduidelijkheid over vindplaatsen waarvoor een in situ-behoud-beleid geldt. Mogelijk leidt dit tot ongewenste verrassingen in een later stadium van de vergunningaanvraag. Gemeenten hebben behoefte aan voorlichting over de wetswijziging. De Inspectie heeft hier aandacht voor gevraagd.

Wegwerken achterstanden vondsten en documentatie

Uit de monitor 2017-2018 is gebleken dat vergunning houdende organisaties in aanloop naar de certificering kampten met grote achterstanden in de aanlevering van rapporten binnen twee jaar na afronding van hun veldwerk. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is daarom op aandringen van de Inspectie in 2017 een handhavingstraject gestart, wat vooralsnog vruchten afwerpt. Deze handhaving richt zich alleen op de rapportageplicht vanaf 2011.

Opgravingsverbod Noordzee en Waddenzee

De Inspectie is voor haar toezicht op het water afhankelijk van een goede samenwerking met andere toezichthouders. In de afgelopen jaren is gebleken dat de incidentele samenwerking met de Kustwacht over en weer onvoldoende houvast biedt voor een effectief optreden onder de Erfgoedwet. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is geen deelnemer in het Kustwachtverband. Daarom zijn er in 2018 verkennende gesprekken gestart die moeten leiden tot een formele relatie tussen OCW en het Kustwachtverband in 2019.

Collecties

Wegnemen eerder vastgestelde tekortkomingen in het collectiebeheer

De Inspectie heeft bij alle 29 museale beheerders gesprekken gevoerd om vast te stellen welke voortgang is geboekt met het opvolgen van aanbevelingen in de inspectierapporten uit de periode 2014-2015. Hierbij is vastgesteld dat veel verbeteringen zijn doorgevoerd of in gang zijn gezet. Waar zich grotere achterstanden voordoen, kan meer tijd nodig zijn om verbeteringen te realiseren. Een voorbeeld hiervan is de bouw van het depot Collectie Centrum Nederland om de depotsituatie bij de 4 deelnemende beheerders te verbeteren. Het gaat hier om Paleis t Loo, Openluchtmuseum, Rijksmuseum Amsterdam en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De Inspectie blijft toezien op het daadwerkelijk wegnemen van de belangrijkste risico’s in het collectiebeheer.

Nulmeting  8 museale beheerders

Met het van kracht worden van de Erfgoedwet vallen 7 museale beheerders voor het eerst onder toezicht van de Inspectie. Het gaat hier niet om rijkscollectie, maar om het beheer van andere collecties die hiermee onder de Erfgoedwet zijn gebracht. Bij deze beheerders zijn inspecties uitgevoerd die als nulmeting zijn aan te merken. In de inspectierapporten zijn aanbevelingen gedaan om het collectiebeheer waar nodig te verbeteren. Vooral bij het Glasmuseum en bij het Nederlands Fotomuseum zijn achterstanden in het beheer vastgesteld.

Verder is een inspectie uitgevoerd bij het Marechausseemuseum, dat deel uitmaakt van de Stichting Koninklijke Defensiemusea. Dit museum staat ook voor het eerst onder toezicht van de Inspectie door een wijziging in het museale bestel van het Ministerie van Defensie. Bij deze inspectie zijn substantiële tekorten in het collectiebeheer vastgesteld, wat in het inspectierapport onder de aandacht is gebracht.

Onderzoek naar beheersing veiligheidsrisico’s

De Inspectie is een onderzoek gestart naar de toepassing door museale beheerders van planmatig beleid voor de veiligheidszorg voor de collectie. Hierbij beoordeelt de Inspectie de samenhang tussen analyses, beleid en maatregelen voor risico’s als brandschade, diefstal en waterschade. Aanleiding hiervoor zijn gegevens uit de in 2014-2015 uitgevoerde inspecties en uit de tweejaarlijkse Monitor Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed. Uit die gegevens blijkt dat een aanzienlijk deel van de museale beheerders niet beschikt over een (actuele) risicoanalyse voor de collectie. In 2019 biedt de Inspectie het onderzoeksrapport aan de Tweede Kamer aan.

Onderzoek naar beheer langdurig bruiklenen

Een langdurig bruikleen is een bruikleen voor een periode van meer dan 1 jaar. Het onderzoek dat de Inspectie hiernaar verricht, richt zich op risico’s in het reguliere beheer van langdurig bruiklenen en risico’s gekoppeld aan oude bruiklenen. Dit zijn bruiklenen die soms al decennialang zijn verleend. De museale beheerders hebben digitale vragenlijsten ingevuld. In de volgende fase van het onderzoek vindt een aantal inspecties plaats ter verificatie van verkregen informatie en ter beoordeling van de feitelijke omstandigheden op locatie. In 2019 publiceert de Inspectie het themarapport

Beschermde cultuurgoederen Erfgoedwet

In 2017 en 2018 hebben de inspecteurs respectievelijk 47 en 22 controles uitgevoerd naar de verblijfplaats van wettelijk beschermde cultuurgoederen. Hierbij hebben ze geen onvolkomenheden vastgesteld. Bij gelegenheid zijn de eigenaren en beheerders van de cultuurgoederen ingelicht over de rechten en plichten die de beschermde status met zich meebrengt. Ook hebben ze in voorkomende gevallen de aandacht gevestigd op verbetering van de bewaaromstandigheden en beveiliging. In de periode 2017-2018 is 7 keer toestemming verleend om beschermde cultuurgoederen tijdelijk uit te voeren naar het buitenland, veelal voor een tentoonstelling. In 2017 zijn 2 verzamelingen aangewezen als beschermd erfgoed. De aanwijzing was al geruime tijd in voorbereiding.

De Grote Poot, Deventer

Professionele organisaties voor monumentenbehoud

Sinds 2017 houdt de Inspectie op verzoek van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toezicht op Professionele organisaties voor monumentenbehoud (POM’s) . De Inspectie ziet erop toe dat deze organisaties na verloop van tijd nog voldoen aan de criteria van de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim). Op dit moment zijn 23 organisaties aangewezen als POM. In 2017 en 2018 heeft de Inspectie de meeste POMs bezocht voor een kennismaking.

De Inspectie heeft in 2017 een toetsingskader opgesteld en op haar website gepubliceerd. Begin 2018 hebben alle POM’s voor de eerste keer de monitor van de Inspectie ingevuld. In september 2018 heeft de Inspectie voor alle POM’s een bijeenkomst in Den Haag georganiseerd. Onderwerp van deze bijeenkomst was de presentatie van de resultaten van de Monitor 2017-2018. De opbrengsten van deze monitor en de reacties tijdens de bijeenkomst zijn, samen met de opbrengsten van de pilots (in 2016/2017) en de kennismakingsgesprekken, gebruikt bij de voorbereiding van het werkprogramma 2019-2020.