Op basis van de Erfgoedwet houdt de Inspectie toezicht op:

  1. het archeologiebestel en de omgang met vondsten en bijbehorende documentatie, archeologische rijksmonumenten en vindplaatsen;
  2. het behoud, het beheer en de zichtbaarheid van de rijkscollectie, andere collecties gesubsidieerd door het ministerie van OCW en de nationaal beschermde cultuurgoederen en verzamelingen;
  3. de professionele organisaties voor monumentenbehoud (POM’s) en hun rol in het stelsel van de monumentenzorg.

Ontbrekende archeologische rapporten

In 2019 is de Inspectie gestart met een onderzoek naar ontbrekende archeologische rapporten uit de periode 2002-2011. Tussen 1 januari 2002 en 1 april 2011 zijn ruim 24.000 onderzoeken gestart en afgerond. Voor al deze onderzoeken geldt een rapportageplicht.
 
Komend jaar publiceert de Inspectie een overzicht van de ontbrekende rapporten per type onderzoek (booronderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving of begeleiding) en per organisatie. Op deze manier maakt de Inspectie de balans op van de periode 2002-2011 en de rapportageplicht die sinds 2002 geldt.
 

Metaaldetectie 

Sinds de Erfgoedwet (2016) is metaaldetectie -onder strikte voorwaarden- legaal. Gemeenten kunnen in hun lokale wet- en regelgeving metaaldetectie beperken. De Inspectie heeft in 2019 onderzoek gedaan naar deze lokale metaaldetectieregels. Opvallend is dat gemeentelijke verboden sinds de legalisatie juist zijn toegenomen. Bijna 20% van de gemeenten maakt gebruik van de mogelijkheid een eigen verbod in te stellen. Meerdere gemeenten overwegen een lokaal verbod.
Deze verboden zijn niet altijd makkelijk vindbaar voor de detectorhobbyist. Ook de algemene informatiedesk van de gemeente zelf is vaak niet goed op de hoogte van de eigen metaaldetectieregels. 
Komend jaar zet de Inspectie in op informatievoorziening aan gemeenten. Doel is dat de gemeenten de metaaldetectieregels eenvoudiger vindbaar maken en heldere voorlichting geven. 
 

Kwaliteit van archeologisch onderzoek

Sinds 2016 kent de archeologie een certificatiestelsel voor de kwaliteit van archeologische werkzaamheden. De Inspectie controleert of het certificatiestelsel aan de verwachtingen voldoet. 
De Inspectie heeft geconstateerd dat de certificerende instellingen niet op dezelfde manier oordelen. Waar de ene certificerende instelling meermaals afwijkingen van de norm constateert, zien andere instellingen deze afwijkingen helemaal niet. Dit wijst op een ongelijkheid in de markt en mogelijk op nog onvoldoende kennis bij de certificerende instellingen. Daarom moet het certificatiestelsel nog groeien naar meer eenheid.

In 2018 is de Inspectie gestart met zogenaamde reality checks: onverwachte bezoeken aan opgravingen moeten inzicht geven of het certificatiestelsel goed is toegepast en ook bijdraagt aan de kwaliteit van onderzoek.
Deze onverwachte inspecties zijn niet altijd eenvoudig te plannen. De uitvoerders zijn verplicht in de zogenaamde Archismeldingen de onderzoeksperiode aan te geven, maar deze blijkt vaak niet overeen te komen met de daadwerkelijke veldwerkperiode. Tot op heden is 35-40% van de gecertificeerde organisaties in het veld bezocht. In 2020 maakt de Inspectie de balans op.
 

Erfgoed onder water

In 2019 zijn de Inspectie, de Permanente Kontaktgroep Handhaving Noordzee en de Kustwacht gestart met een verkenning naar een formele aansluiting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij de Kustwacht. Een aansluiting is mogelijk. Toetreding tot het Kustwachtverband is één van de mogelijkheden, maar er zijn ook andere scenario’s denkbaar. De scenario’s hebben verschillende bestuurlijke en financiële gevolgen.

De Inspectie wil haar zicht vergroten op wat er op het water gebeurt. Daarom is ze een proef gestart in de vorm van een innovatieve samenwerking met een particuliere organisatie, de Sea Ranger Service. De Sea Rangers combineren goed zeemanschap, deskundigheid en enthousiasme. Ze kunnen waarnemingen doen op zee die met de beschikbare capaciteit van de overheid niet altijd haalbaar zijn. De Sea Rangers zijn geen toezichthouders. Zij beschikken niet over bijzondere bevoegdheden; toezicht blijft voorbehouden aan de overheid.

De Inspectie denkt ook hard mee bij de implementatie van het UNESCO-verdrag 2001 voor de bescherming van cultureel erfgoed onder water. Dit langlopende wetgevingstraject is van grote invloed op het toezicht op het culturele erfgoed in de binnen- en de buitenwateren.
In 2019 heeft de Inspectie verschillende meldingen van verdachte situaties op de Noordzee beoordeeld en onderzoek gedaan naar mogelijke illegale vondsten in de Noordzee. Daarbij bleek dat op de Nederlandse markt vervalste antieke kanonnen uit Azië worden aangeboden.

Presentatie van bijzondere vondsten uit de Noordzee aan de minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschap op 3 april 2019. Er is veel belangstelling van de pers bij de presentatie.
Veel belangstelling van de pers bij de presentatie aan de minister van bijzondere vondsten (in beeld de koperen platen uit het 16de eeuws scheepswrak) uit de Noordzee op 3 april 2019. Locatie: de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, Amersfoort

Magneetvissen

Tot slot heeft de Inspectie in de vorm van voorlichting aandacht besteed aan het magneetvissen. Deze schijnbaar onschuldige hobby kan grote schade toebrengen aan het culturele erfgoed. De schade ontstaat als grote aantallen vondsten uit hun samenhang worden gehaald en in ondeskundige handen vallen. Metaalvondsten kunnen zeer snel in kwaliteit achteruit gaan als ze uit het water zijn. Ze belanden dikwijls in de prullenbak, nadat ze kortstondig de nieuwsgierigheid en het sensatiegevoel van de vinder hebben bevredigd. Het verplaatsen of naar boven halen van archeologische vondsten onder water, is in Nederland verboden. Op dit misdrijf staat een gevangenisstraf van maximaal twee jaar.

Decoratieve afbeelding van geroeste voorwerpen die door magneetvissen uit het water zijn gehaald.
Achtergelaten oogst van een magneetvisser, Amsterdam

De schijnbaar onschuldige hobby van magneetvissen kan grote schade toebrengen aan cultureel erfgoed. Het is verboden en er staat een maximale gevangenisstraf van twee jaar op.

Decoratieve afbeelding van een oude foto die op de juiste manier worden bewaard in het Nederlands Fotomuseum
decoratieve afbeelding uit Fotomuseum

Museaal beheer rijkscollectie

Thema-onderzoek veiligheidszorg

De Inspectie heeft onderzoek gedaan naar de veiligheidszorg voor de rijkscollectie bij museale beheerders. Begin 2020 publiceert de Inspectie het onderzoeksrapport.

Verbetering zicht op langdurig uitstaande bruiklenen 

De Inspectie heeft onderzoek gedaan naar mogelijke risico’s van langdurig uitstaande bruiklenen. Deze langdurig bruiklenen zijn soms voor zeer lange tijd (van één jaar tot meer dan tien jaar) uitgeleend aan musea en niet-museale instellingen. Ze  kunnen dan in de vergetelheid raken door ontoereikend administratief beheer. In die gevallen vinden fysieke controles niet meer plaats op  verblijfplaats en conditie van uitgeleende voorwerpen. Dit kan vervolgens leiden tot vermissingen en schade. 

De Inspectie heeft vastgesteld dat zich geen belangwekkende risico’s voordoen in het reguliere proces van het verlenen van langdurige bruiklenen. Ook heeft de Inspectie vastgesteld dat een aantal musea onvoldoende zicht heeft op oude bruikleencontracten. Het effect van het onderzoek is dat de betreffende instellingen acties hebben ondernomen. Ze actualiseren de bruikleencontracten en  koppelen de bruiklenen aan het collectieregistratiesysteem. De Inspectie blijft de verbeteracties volgen. 

Beheer geschriften Anne Frank 

De Inspectie heeft het beheer van de geschriften van Anne Frank onderzocht. Het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) heeft de geschriften aan de Anne Frank Stichting in bruikleen gegeven. Het beheer bleek op orde. De beveiliging en de klimaatbeheersing zijn tijdens de verbouwing van het Anne Frank Huis in 2017 verbeterd.  

Opvolging aanbevelingen inspecties

De Inspectie heeft bij zes musea gecontroleerd of zij de aanbevelingen uit eerdere inspectierapporten hebben opgevolgd. De musea staan sinds de Erfgoedwet van kracht is onder toezicht van de Inspectie. Vier musea hadden beperkte achterstanden in het beheer. De Inspectie heeft vastgesteld dat zij de aanbevelingen uitvoeren of binnenkort uitvoeren. Enkele musea hebben eerst het collectiebeleid geactualiseerd. Bij twee musea met grotere achterstanden in het beheer heeft de Inspectie een intensiever verbetertraject ingezet. Dit zijn het Glasmuseum en het Nederlands Fotomuseum. Voor het Nederlands Fotomuseum heeft het kabinet extra geld ter beschikking gesteld voor het wegnemen van de achterstanden.
 

Beschermde cultuurgoederen Erfgoedwet

In 2019 hebben de inspecteurs 55 controles uitgevoerd naar de verblijfplaats van wettelijk beschermde cultuurgoederen. Het gaat onder andere om zeven beschermde verzamelingen. De Inspectie heeft incidenteel vastgesteld dat een verplaatsing van een beschermd cultuurgoed niet is gemeld. Inspecteurs hebben de eigenaren en beheerders van de cultuurgoederen ingelicht over de rechten en plichten die de beschermde status met zich meebrengt. Ook brachten zij waar nodig de verbetering van de bewaaromstandigheden en beveiliging onder de aandacht. 

In 2019 heeft de Inspectie negen keer toestemming verleend om beschermde cultuurgoederen tijdelijk uit te voeren naar het buitenland, veelal voor een tentoonstelling.

De Inspectie heeft bijgedragen aan het toegankelijker maken van de database voor beschermde cultuurgoederen. Zij heeft onder andere afbeeldingen toegevoegd. Het resultaat is in de loop van 2020 zichtbaar.
 

Decoratieve afbeelding van het Kunkelsorgel
Kunkelsorgel, Draaiorgelmuseum Haarlem

Professionele organisaties voor monumentenbehoud

Sinds 2017 houdt de Inspectie op verzoek van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap toezicht op professionele organisaties voor monumentenbehoud (POM’s). De Inspectie ziet er op toe dat of deze organisaties na verloop van tijd nog steeds voldoen aan de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim). 
In 2019 heeft de Inspectie kennismakingsgesprekken gevoerd met drie nieuw aangewezen POM’s.
 
Daarnaast heeft de Inspectie in 2019 voorbereidingen getroffen voor de tweede digitale Monitor. Dit is een digitale vragenlijst die elke twee jaar aan de POM’s wordt gestuurd. Deze monitor gebruikt de Inspectie voor haar risicoanalyse. Ook stelt zij op basis van de monitorgegevens voor elke POM een kleurenrapportage op die met de betreffende organisatie wordt gedeeld.

Naar aanleiding van signalen van POM’s heeft de Inspectie een kort inventariserend onderzoek gedaan naar de gevolgen van de langdurig droge zomers van de afgelopen twee jaar. Ook werd gekeken naar mogelijkheden om de schade te beperken. Voor de zomer van 2020 maakt de Inspectie de resultaten van dit onderzoek bekend.
 

Strafrechtelijke handhaving monumentenovertredingen 

In 2019 heeft de Inspectie onderzocht hoe de strafrechtelijke handhaving van de monumentenregelgeving in de praktijk werkt. Daarbij heeft de Inspectie 7 gemeenten kunnen adviseren over de juridische mogelijkheden.