In- en uitvoer van cultuurgoederen

In april 2019 hebben het Europees Parlement en de Raad een nieuwe verordening voor de bescherming van cultureel erfgoed aangenomen.  De Inspectie heeft meegewerkt aan de implementatie in de nationale wetgeving van het eerste lid van artikel 3 uit deze Verordening 2019/880. De implementatie in de nationale wetgeving  moet uiterlijk eind december 2020 zijn gerealiseerd. 

Het toezicht op de naleving is vergelijkbaar met het bestaande toezicht (zoals opgenomen in hoofdstuk 6 paragraaf 1 in de Erfgoedwet, de implementatie van het UNESCO-verdrag 1970), al gaat het bij de verordening om meer landen dan de partijen bij het UNESCO-verdrag 1970. Samen met de Douane bereidt de Inspectie zich voor op de uitbreiding van de taken met het nieuwe wetsvoorstel.

In de EU bespreekt een aparte projectgroep de handhaving en het toezicht voor deze twee artikelen en de voorwaarden voor een elektronische database met daarin invoervergunningen en importeursverklaringen. De Inspectie en de Douane nemen deel aan deze Projectgroep.

De handel in cultuurgoederen via internet groeit en beperkt zich niet tot de landsgrenzen. Er is een groot en divers aanbod van cultuurgoederen. De Inspectie wil meer inzicht hebben in de aard en omvang van dit aanbod. Daarom is in 2019 een onderzoek gestart naar de handel in cultuurgoederen via sociale media en internet. Wereldwijd stijgt hierop de handel in cultuurgoederen. Een van de aandachtspunten bij het onderzoek is dat de voorwerpen zich niet altijd op ons grondgebied bevinden. Het onderzoek van de Inspectie moet meer inzicht geven in de goederenstromen en de vermelding van bijvoorbeeld herkomstinformatie. Een tweede doel van dit onderzoek is dat de Inspectie wil bepalen of het toezichtkader voor de handel in deze voorwerpen  voldoet. De resultaten van het onderzoek worden eind 2020 verwacht.

In 2019 heeft de Inspectie samen met een aantal EU-lidstaten gewerkt aan een onderzoek naar een nadere invulling van het begrip ‘herkomst’. Bij het onderzoek is gebleken dat Douane en cultuurinstellingen in de EU verschillende definities hanteren. De uitkomsten van het onderzoek moeten leiden tot een zo gelijkvormig mogelijke werkwijze binnen de EU. Het onderzoek is in 2019 afgerond en wordt naar verwachting in 2020 vastgesteld. 

Met de kunsthandelkoepels is samen met de beleidsdirectie Erfgoed en Kunsten het jaarlijkse overleg gevoerd. Gesproken is onder andere over de herkomst van voorwerpen en het duidelijker vastleggen van deze informatie, maar ook andere zaken die binnen de kunsthandel spelen, werden besproken. 

In 2019 heeft de Inspectie ingezet op internationale aandacht voor diefstal en (administratieve) vermissing van voorwerpen uit archieven en bibliotheken. Met internationale organisaties als ICA, IFLA, UNESCO en Interpol zijn doelen besproken voor onder meer een betere registratie van (gestolen) voorwerpen en aanscherping van veiligheidseisen. 

Samenwerking met Douane en politie

De Douane heeft in 2019 elf keer melding gemaakt van een zending waarmee mogelijk cultuurgoederen binnen Nederland werden gebracht. In totaal ging het om 32 afzonderlijke voorwerpen, een verzameling fossiel botmateriaal en een partij munten. In de meeste gevallen kon het onderzoek beperkt blijven. Uitgebreid onderzoek is gedaan naar de munten, afkomstig uit het oostelijk Middellandse Zeegebied. Na onderzoek, samen met de politie en het OM, is de partij munten vanwege onvoldoende bewijs vrijgegeven. Ook heeft de Douane een Ife-kopje uit Nigeria aangetroffen en heeft de Inspectie daar onderzoek naar gedaan met een expert in Nederland en met de Nigeriaanse autoriteiten. De resultaten van het onderzoek worden in 2020 verwacht. 

Voorts heeft een particulier zeven voorwerpen afgestaan voor teruggave aan Irak. Deze waren ter verkoop aangeboden via een veilingsite. De teruggave vindt in 2020 plaats. De Inspectie werkt steeds nauwer samen met de politie. Dit heeft in 2019 geleid tot een groter aantal opsporingszaken en gezamenlijke onderzoeken bij het aantreffen van cultuurgoederen.

Samen met Douane en politie (en opsporingsautoriteiten in 28 andere landen) droeg de Inspectie bij aan de internationale Operatie Pandora III naar illegale handel in cultuurgoederen. Het merendeel van de overtredingen vond buiten Europa plaats: in landen als Colombia, Egypte, Irak en Marokko. In Nederland is niets aangetroffen.
 

Douane: "Korte lijntjes en respect en waardering voor elkaars inbreng maken de onderlinge samenwerking heel plezierig ."

Decoratieve foto van een bronzen beeld uit de Ife-cultuur. Het beeld is verpakt in bubbeltjesplastic en staat op een kantoor van de douane
Ife-kopje uit Nigeria aangetroffen door de Douane. Foto: Douane

Bescherming cultuurgoederen

De Inspectie heeft in 2019 meegewerkt aan het onderzoek  van de commissie Pechtold. De Inspectie was betrokken bij  vragen over de controle  van cultuurgoederen aan de EU-buitengrens en het beschermings- en toezichtbeleid. Op grond van het advies van de commissie Pechtold is de Inspectie in 2019 gestart met een nieuwe toetsing bij aanvragen voor uitvoervergunningen bij de uitvoer van cultuurgoederen. In voorkomende gevallen vraagt de Inspectie onafhankelijke experts een eerste beoordeling te geven over de mogelijke beschermwaardigheid van een bepaald cultuurgoed.

Vergunningen

In samenwerking met de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer in Groningen (Belastingdienst/Douane Groningen/team CDIU) verstrekte de Inspectie in 2019 in totaal 347 vergunningen voor de uitvoer van cultuurgoederen buiten de Europese Unie. Daaronder waren: 

  • 58 doorlopende vergunningen  voor herhaaldelijk gebruik gedurende vijf jaar, voor muziekinstrumenten van wereldwijd optredende musici;
  • 289 standaardvergunningen voor eenmalig gebruik.

De eenmalige vergunningen (hiermee wordt de Specifieke Open Vergunning -SOV- bedoeld. Met deze vergunning kan een cultuurgoed gedurende 5 jaar herhaaldelijk worden in- en uitgevoerd. Een standaardvergunning is slechts geldig voor eenmalig gebruik) werden aan de volgende categorieën gebruikers verstrekt:

  • 157 vergunningen voor professionele kunst- en antiekhandelaren en veilinghuizen;
  • 87 vergunningen voor musea en andere erfgoedinstellingen voor tijdelijke (tentoonstellings )doeleinden;
  • 45 vergunningen voor overige organisaties en particulieren.

De cultuurgoederen waarvoor aan de handel de meeste vergunningen werden verstrekt, waren:

  • 70 vergunningen voor oudheidkundige voorwerpen;
  • 16 vergunningen voor schilderijen.

De cultuurgoederen waarvoor aan musea de meeste vergunningen werden verstrekt, waren:

  • 40 vergunningen voor schilderijen;
  • 16 vergunningen voor tekeningen.

De meest voorkomende bestemmingen waren:

  • 129 keer de Verenigde Staten; 
  • 59 keer Zwitserland.