De inspectie ziet toe op de in- en uitvoer van cultuurgoederen die in de lidstaten van de Europese Unie worden beschermd, evenals in de staten die aangesloten zijn bij de UNESCO-verdragen 1970 en 1954.

UNESCO-verdrag 1970 gaat over de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer en eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen. UNESCO-verdrag 1954 behandelt de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict. Daarnaast is de inspectie belast met het toezicht op de sanctieregelingen voor Irak en Syrië.
Op grond van de Verordening 116/2009 wordt toezicht gehouden op de uitvoer van cultuurgoederen buiten de Europese grenzen. Richtlijn 2014/60/EU bevordert de teruggave van cultuurgoederen als deze op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een EU-lidstaat zijn gebracht.

De thema's op een rij:

  • Controles op in- en uitvoer van cultuurgoederen
  • Voorlichting
  • Verzoek tot teruggave

Controles op in- en uitvoer van cultuurgoederen

Meldingen
De controles op in- en uitvoer van cultuurgoederen liggen vast in het Handhavingsplan en de Kaderovereenkomst met de douane. Jaarlijks voert de douane meer dan 600 controles en gerichte controleacties uit op goederenstromen uit kwetsbare erfgoedgebieden. Deze zijn gebaseerd op een gezamenlijke risicoanalyse. Ook gezamenlijke internationale controleacties door politie en douane, zoals georganiseerd door Europol en World Customs Organisation voor 2017 en 2018, zullen bijdragen aan de opsporing. Sinds de inwerkingtreding van het UNESCO-verdrag 1970 in Nederland, in 2009, heeft de douane ruim 100 meldingen aan de Erfgoedinspectie gedaan van verdachte zendingen, met een bijna vervijfvoudiging van het aantal meldingen in de laatste jaren. De meeste verdachte zen dingen komen uit Azië/Oceanië en Afrika, met als belangrijkste bestemming landen in Europa. De verwachting voor de komende jaren is dat het aantal meldingen van onrechtmatige in- en uitvoer zal toenemen, en dat meer voorwerpen afkomstig uit landen met sanctieregelingen op het gebied van bescherming van het culturele erfgoed op de westerse markten zullen worden aangeboden.

Uitvoervergunningen
Op jaarbasis worden door de inspectie circa 300 uitvoervergunningen gecontroleerd en geautoriseerd voor cultuurgoederen, die de Europese Unie definitief of tijdelijk verlaten. In Europees verband wordt onderzocht hoe de kwetsbaarheden in het proces van uitvoervergunningen, zoals interpretatie van herkomstonderzoek en eenduidige procedures bij de afgifte van uitvoervergunningen, kunnen worden teruggedrongen. Verwacht wordt dat de Europese Unie in 2017 met deze analyse zal starten, en dat de uitkomsten beschikbaar komen in de loop van 2018.

In 2016 stond teller op 5 teruggaveverzoeken.

Voorlichting

De inspectie draagt ook aan de internationale verplichtingen bij door het bewustzijn bij onder andere erfgoedinstellingen, verzamelaars en kunsthandelaren in Nederland te vergroten over het belang van het betrachten van de nodige zorgvuldigheid bij aan- en verkoop en het in bruikleen geven van cultuurgoederen. Herkomstonderzoek is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Aan de hand van gerichte informatievoorziening en bijeenkomsten in 2017 en 2018 wordt met de diverse doelgroepen besproken hoe deze zorgvuldigheid kan worden bereikt.

Verzoek tot teruggave

De inspectie neemt verzoeken om teruggave in het kader van wettelijk beschermd erfgoed door bevoegde autoriteiten uit de EU-lidstaten in behandeling. De verwachting is dat de teruggaveverzoeken door lidstaten en verzoeken om informatie de komende jaren stijgen. Eén van de oorzaken van deze toename is de in december 2015 herschikte Richtlijn 93/7/EEG. In de nieuwe Richtlijn 2014/60/EU is de definitie van wettelijk beschermd erfgoed uitgebreid en is ook de administratieve samenwerking tussen de centrale autoriteiten in de EU-lidstaten vergroot.

Het volledige Werkprogramma in PDF is te vinden op onze website.